managen

[p.] 1. besturen; 2. doen

mandaat

[o.] toestemming

manifest worden

[m.] duidelijk worden

mede

[o.] ook

mededelen

[o.] 1. vertellen; 2. schrijven

medio

[m.] 1. halverwege (de maand); 2. half

meenemen

[o.] 1. onthouden; 2. erbij betrekken

menigeen

[o.] 1. veel mensen; 2. velen

merendeels

[m.] 1. de meeste; 2. vooral

met als resultaat dat

[o.] zodat

met behulp van

[o.] 1. met; 2. door

met betrekking tot

[o.] over

met de bedoeling dat

[o.] 1. om; 2. daarom

met het oog op

[o.] 1. om; 2. daarom

met het resultaat dat

[o.] zodat

met name

[o.] vooral

met referte aan

[m.] (ik) verwijs naar

met terzijde laten van

[m.] zonder

met weglating van

[m.] zonder

middelen

[p.] geld

middels

[o.] 1. door; 2 met

mijne heren

[o.] geachte dames en heren

mijns inziens (m.i.)

[o.] ik vind

mits

[o.] 1. op voorwaarde dat

mitsdien

[o.] daarom

momenteel

[o.] nu

monitoren

[p.] 1. bekijken; 2. bestuderen; 3. volgen

motie

[m.] (politiek) voorstel

motie van wantrouwen

[m.] vragen om vertrek van

motiveren

[m.] 1. aanmoedigen; 2. redenen geven

mutaties

[m.] wijzigingen



© 2011 De Tekstkoning / www.wouterdekoning.nl | Deze site is gratis gemaakt met Webklik.nl